Betaalbaar wonen voor alleenstaanden: waarom compact bouwen de woningmarkt kan redden

Wanneer beleid de realiteit niet meer kan volgen. Vorige week schoof ik aan bij een gemeente voor een overleg over een nieuw woonproject. De regels lagen netjes klaar, keurig uitgeschreven, helder ook, maar jammer genoeg volledig achterhaald. Ze waren opgemaakt in de geest van de covidperiode, toen de rente laag stond, gezinnen thuiswerkten en extra woonruimte gold als de heilige graal.

Vandaag ziet de wereld er totaal anders uit. De woningmarkt kraakt in haar voegen: te weinig aanbod, hoge bouwkosten, onzekere vergunningen. Toch houden sommige overheden halsstarrig vast aan voorschriften die elke vernieuwing en noodzakelijke in de kiem smoren. Maar wat kunnen we daaraan doen? En welke alternatieven zijn mogelijk? 

Alleenstaanden: de vergeten kracht op de woningmarkt

Wie vandaag door de cijfers van de Belgische woningmarkt bladert, ziet het meteen: alleenstaanden vormen de snelst groeiende groep kopers.

Ze zijn met meer dan een derde van de huishoudens, goed voor meer dan de helft van de appartementenaankopen in Vlaanderen. En toch worden ze nog te vaak vergeten in het woonbeleid.
Alleenstaanden kopen kleiner, denken praktischer en zoeken vaak dicht bij hun werk, vrienden of voorzieningen.
Ze willen geen grote oppervlakten of meerdere parkeerplaatsen . Ze willen een kwalitatieve, goed gelegen woning die ze kunnen betalen en onderhouden.

En precies daar wringt het schoentje: de regels die vele gemeenten vandaag hanteren, blokkeren dergelijke projecten en sluiten zo alleenstaanden uit.

Hoe verouderd woonbeleid betaalbare woningen blokkeert

Wat vandaag kwaliteit heet in beleidsdocumenten, betekent vaak: meer oppervlakte, meer voorzieningen en meer parkeerplaatsen. Maar meer is niet altijd beter. Voor veel singles betekent het vooral: te duur en te groot.

Wanneer een gemeente eist dat elk appartement minstens 100 m² groot moet zijn en daar een verplicht aantal parkeerplaatsen aan vasthangt, wordt het plaatje onbetaalbaar.
En dat heeft niet alleen financiële, maar ook maatschappelijke gevolgen. Een alleenstaande die een betaalbare woning zoekt, belandt sneller in een verouderde huurmarkt of blijft noodgedwongen langer bij de ouders wonen.

Zo creëren we geen leefbare wijken, maar lege centra. Terwijl een compact, divers woonaanbod net leven kan terugbrengen. Jammer genoeg botsen ontwikkelaars die wél betaalbare projecten willen maken, op reglementen die hen de andere richting uit duwen.

Compact wonen is volwaardig wonen

Echte woonkwaliteit draait niet om vierkante meters, maar om functionaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid.

Een appartement van 65 m² kan perfect volwaardig zijn als het slim ontworpen is: met licht, bergruimte, een klein terras, een slimme indeling en energie- en budgetbesparende voorzieningen.
Een gebouw met gedeelde voorzieningen (fietsenstalling, of tuin) creëert zelfs méér levenskwaliteit dan een overmaatse flat met drie lege slaapkamers.

Bovendien is een woning voor de vele jonge alleenstaanden die vandaag de markt betreden, al lang geen statussymbool meer. Die tijden zijn voorbij. Zoals ik in mijn vorige blog al schreef, is voor veel singles wonen een uitdrukking van vrijheid, identiteit, levensstijl en toekomstvisie, niet van vermogen.

Beleidsmaatregelen voor een inclusieve woningmarkt

Als we de woningmarkt opnieuw gezond willen maken, en toegankelijk voor een groeiende groep alleenstaanden, dan moeten we durven herdefiniëren wat ‘kwaliteit’ betekent.

Dat begint bij beleid dat meebeweegt met de realiteit:

Laat kleinere woonunits toe. Geef ruimte aan appartementen tussen 55 en 80 m².

  • Stimuleer gemengde projecten. Waar alleenstaanden, jonge koppels en investeerders samen waarde creëren.
  • Snoei in de overregulering. Minder verplichte parkeerplaatsen, meer focus op mobiliteit en openbaar vervoer.
  • Versnel vergunningstrajecten, zodat ontwikkelaars niet afhaken nog vóór de eerste steen gelegd wordt.
  • De woningmarkt heeft geen nood aan méér regels, maar aan meer verstandige keuzes.

Tijd voor een woonbeleid dat singles wél bedient

Wanneer regels mensen buitensluiten van een passende woning, wordt beleid asociaal. Overheden die dromen van een levendig centrum maar compacte woonvormen blijven verbieden, werken zichzelf tegen. Ze missen de essentie: steden en gemeenten leefbaar maken voor iedereen.

Het is tijd om dat hardop te zeggen. Wie dat niet durft te benoemen, kiest voor stilstand. Singles, starters, alleenstaanden; ze zijn geen uitzondering, geen groep in de marge. Ze zijn de sterkst groeiende groep en zullen in een veranderende samenleving alleen maar belangrijker worden.

De woningmarkt van morgen moet dus ook hun plaats garanderen.